The Hold Steady - Heaven Is Whenever PDF Afdrukken E-mail
Albumreview
door PJ Symons   
woensdag 09 juni 2010 08:13

Generation X-schrijver Bret Easton Ellis noemt hen de beste Amerikaanse band van deze generatie, wij vragen ons af of hij daarmee niet vooral op het vorige album doelde.

 

 

Een kenmerk van de consumptiemaatschappij is het kopen en gebruiken van objecten die we eigenlijk totaal niet nodig hebben voor onze verdere ontwikkeling als ras, iets wat op het eerste gehoor niet gezegd kan worden van The Hold Steady, die met Springsteen en Hüskur Dü-gedreven pomprock een instant klassieker maakten in de vorm van Stay Positive uit 2008. In een interview met Paste Magazine nadat hij uit de band was gestapt, liet keyboardist Franz Nicolay zich ontvallen dat de band maar een one trick pony is: ‘weinig meer dan een teveel aan literaire woorden gespuid over groteske stadionrock met anthemische proporties’. Er schuilt een grond van waarheid in Nicolay’s laag bij de grondse vaarwel, maar wat is er mis met een straffe portie stadionrock?

 

Het album kwam tot stand op de tourbus, werd vervolgens openomen in Queens en Woodstock en ziet de band herenigd met Dean Baltulonis, producer van hun debuut Almost Killed Me en het daarop volgende Separation Sunday. Om het met een metafoor te zeggen: de katholiek opgevoede Craig Finn heeft nog steeds een joekel van een paternoster in zijn achterzak steken als je bekijkt naar de inhoudelijke thema’s op Heaven Is Whenever: de struggle to survive, de beloningen die het leven in petto heeft en het begrip voor de rol die lijden in een voor de rest onwaarschijnlijk mooi leven speelt. Opgebouwd rond een frele slidegitaar en Bonham-achtige drums, verandert opener The Sweet Part Of The City plots in een soort gospel met reverby piano, maar het uitstekende Rock Problems, zwoegend rond een sleazy, Steve Jones-achtige riff, is een van de vele songs hier die duidelijk maken dat niemand met een totaal zuiver geweten de biechtstoel betreedt.

 

The Hold Steady - Heaven Is Whenever

 Gitarist Tad Kubler haalde componisten als Gustavo Santaolalla en Terence Blanchard aan als invloeden op Heaven Is Whenever maar momenten waar de band volledig van de grond los komt – de sax solo die kort nieuw leven blaast in Barely Breathing, bijvoorbeeld – zijn schaars. In tegenstelling krijgen we een hoop klassieke Craig Finn-nummers en nergens meer dan op We Can Get Together, een nummer dat als een prairiehond de hele weide afsnuffelt. Finn hield al langer van wat name-droppen in songs, maar hier trekt hij alle registers open. Op het voorgenoemde nummer alleen al horen we Hüskur Dü en Utopia alvorens te refereren naar Meat Loaf’s geniale Paradise By The Dashboard Light. Heaven,” besluit hij, “is whenever we can lock our door and listen to your records.” 

 

 

Tot zover het vijfde album van The Hold Steady, een soort soundtrack bij Groundhog Day. De echte fans zullen hiervan smullen, maar Finn en co moeten wat meer zicht krijgen op de evolutie van de band. Zelfs Springsteen nam zo nu en dan eens gas terug…

 

 

© 2009 - 2010 cultusonline

Meer artikels:
Interviews
Albumreviews
Concertrecensies
Filmreviews
DVDreviews
Filmartikels
Muziekartikels
Flashback
Meer film: