Pukkelpop: reviewin' the reviews PDF Afdrukken E-mail
Live
door Wim Van Acoleyen   
maandag 23 augustus 2010 14:43

Omdat u toch al langs alle kanten om de oren geslagen wordt met reviews van de 25ste Pukkelpopeditie (en we het echt niet kunnen maken om niets te schrijven over deze muziekhoogmis), draaien we voor de gelegenheid de rollen eens om. We vertellen u welke recensenten pretentieuze oetlullen zijn, welke beter zo snel mogelijk hun perspas aan de wilgen moeten hangen en welke u wel eens een paar pinten mag trakteren.

 

Om te beginnen: écht slechte reviews zaten er deze editie niet tussen. Oke, de populaire pers bakte er niet veel van, gaande van clichés in openingszinnen (daar zijn die weergoden weer, of het feit dat elke journalist het blijkbaar nodig vond de open deur in te trappen dat er veel meer discotheeksletjes rondlopen in de dancehall dan in de shelter) tot zogenaamde uitschieters als Kate Nash, maar wie verwacht anders van kranten met een doelpubliek dat geen ruk kent van muziek? Toch nog even een speciale vermelding voor Het Nieuwsblad, dat in zijn weekendkrant erin slaagde te schrijven dat E  “voor de gelegenheid een verfpak en een baard had aangetrokken”. Een onbedoeld hilarische taalfout, of trekt E zijn baard samen met zijn pak terug uit?

 

Dan maar eens kijken naar de kranten die naar eigen zeggen veel aandacht aan cultuur besteden. De Standaard stuurde hun voltallige concertrecensententeam de frontstage in, die vooral oog hadden voor optredens op de mainstage en de marquee, met af en toe een review van een gehypete band in de club, chateau, dancehall of shelter. Na elk optreden zetten ze een recensie online, die soms overgenomen wordt door de site van zusterkrant Het Nieuwsblad.

Die reviews variëren van uitgebreide, vlot geschreven artikels tot wat snel neergepende eerste indrukken. Vooral Sasha Van der Speeten blonk, naargelang het festival vorderde, uit in het publiceren van korte zinnetjes – alsof hij niet meer de fut kon opbrengen om iets meer te doen dan wat snelle nota’s uit te schrijven, om daar later eventueel een deftige review uit te breien. Maar dat vergeven we hem graag: het was uiteindelijk verschrikkelijk warm voor iedereen, en op echte flaters konden we hem niet betrappen.



De Morgen pakte het lichtjes anders aan en koos er niet voor om voor elk optreden een apart artikel aan te maken, maar één artikel per festivaldag per recensent op de Morgensite te publiceren. Ook hadden ze het geniale idee om bij elke recensent te vertellen hoe oud hij was, wat zijn favoriete plaat en Pukkelpopconcert ooit was, en nog wat andere weetjes. Leuk, want dan weet u meteen dat u Bart Steenhout volledig kan negeren (favoriete plaat: U2, favoriete optreden: Coldplay – bweikes). Onze Cultusman PJ Symons slaagde erin de De Morgenredactie te infiltreren (verwacht binnenkort een onthullende undercoverreportage!) en zei in een review dat Ou est Le Swimming Pool “platte posterboys” en “een one-trick pony” zijn, waarop de zanger zich een uurtje na publicatie van een toren op de artiestenparking smeet. Slechte hypes de dood injagen, als dat geen pint verdient…


Verder is het bij sommige sterrenscore’s van het voormalige sossenblaadje wel eens moeilijk om gefrons te onderdrukken: vier sterren voor Pulled Apart By Horses? Oke, de band stuiterde over het podium en klom de palen in, maar wat wij uit de shelterboxen hoorden komen, was verdunde Mclusky,  geen “songs die er live als een huis staan”. Maar buiten dat, wat vreemde concertkeuzes en hiaten in de verslaggeving, kon De Morgen ons toch nog verbazen: zo zijn ze het enige mainstreammedium dat een review van Garcia Plays Kyuss op hun site plaatste. En de legendarische stonerzanger prompt vier sterren gaven. Maar Iron Maiden er maar drie gaven (zucht).



Verrassend genoeg was zelfs Humo – notoire heavy metal-haters – positief over Maiden. (Even voor de duidelijkheid: we dragen zelf geen Maidenshirt, hebben geen lang haar of stalen pieken rond onze polsen, maar de metalpioniers speelden wél mooi driekwart van de bands op de affiche naar huis.)

Het blad - dat toch vooral bekend staat om bands compleet de grond in te boren, om dan later tot de conclusie te komen dat ze de trein (wééral) volledig gemist hebben - bleef verder bij de meeste reviews van gematigd positief tot wild enthousiast. Maar voor een blad dat pretendeert verder te kijken dan hun gezamenlijke redactionele neuzen lang zijn, maakten ze toch wel érg voor de hand liggende concertkeuzes. Het beste voorbeeld? Op hun festivalblog lees je heel wat over de zelfmoord van de zanger van Ou est Le Swimming Pool, maar over het concert zelf lees je niets. Logisch, want toen zaten ze allemaal in hun bloghut aan hun sjarel te snokken, nagenietend van het optreden van Kate Nash (twee sterren, beleefde review). Achteraf druk en lichtjes uit de hoogte beweren dat Pukkelpop het festival voor revelaties en indie-ontdekkingen is, maar wel mooi Limp Bizkit gaan bekijken.  Soit, eigenlijk hadden we nog véél erger verwacht, dus mag hun redactie - misschien tijdens het verhuizen naar de kelders en bezemkasten van het Woestijnvisgebouw? - best elkaar eens complimenteren over hun festivalverslaggeving dit jaar.



Dan maar over naar Focus Knack. Op hun site kiezen ze op elke festivaldag voor twee aparte reviews, van twee verschillende recensenten. Die blinken allebei vooral uit in patserpraat (wie zegt er nu in een review dat Piet Huysentruyt naast hem in de frontstage staat?). We kunnen hun enkel aanraden om volgend jaar vakantie te nemen tijdens Pukkelpop, zodat ze misschien eens naar concerten kunnen gaan kijken die ze écht willen zien, want de tegenzin druipt uit al hun zinnen. 

Tip: schrijf volgend jaar eens niet over Blink 182, maar kom uit die frontstage (laat die maar voor Piet Huysentruyt), ga op het terrein (ja, tussen het plebs! Ze stinken wel een beetje, maar bijten niet!) en duik eens de chateau crapule of het bataclanhoekje in. Wie weet amuseren jullie je wel?

 

© 2009 - 2010 cultusonline

Meer artikels:
Interviews
Albumreviews
Concertrecensies
Filmreviews
DVDreviews
Filmartikels
Muziekartikels
Flashback
Meer film: