|
We schreven al dat er voor Horses een mooie toekomst wacht indien ze voor de juiste kar gespannen zouden worden. De juiste trek aan de teugels hier en daar, met een ruwere kam door de manen,… op termijn zouden ze er wel komen, dachten we. Maar we zagen dat allemaal verkeerd in: ze zijn er namelijk al.
Eerste vastselling: er is maar één situatie sexier dan een vrouw die bass speelt. Namelijk wanneer een vrouw de slidegitaar over haar schoot schuift. Maar goed, voor we opnieuw helemaal van onze paardenmelk zijn, opnieuw naar leukere woordspelingen met Horses.
De spaarzame songs op de Myspace van Horses deden ons al dromen over een uitstekend livedebuut en we hebben op het juiste paard gewed. Ten eerste zien ze er hip uit. Dat is in hun genre belangrijk: ofwel groei je een baard tot op kniehoogte (Fleet Foxes) ofwel meet je jezelf een hipster-imago aan (M. Ward). Ze doen er goed aan voor dat tweede te kiezen aangezien Belgische tegenhanger Isbells overduidelijk voor de baard tot op kniehoogte koos (houthakkershemden, wereldverbeterende ethiek,…) en, wel, they can’t pull it off. Met een dame die zichzelf rond de slidegitaar kronkelt (goed, dat laatste zal in onze gedachten geweest zijn) en algemeen fysiek beeld dat strookt met wat mensen nu eenmaal graag op een podium willen zien, is er al een mooi deel van de strijd gestreden. Kijk maar hoe ver het teddybeer-gehalte van Bert Ostyn Absynthe Minded gebracht heeft.
Maar evenals bij voorgenoemde groep, zijn ook de songs van Horses dik in orde. Het paard zingt zoals het gebekt is. In doordachte draf werkten ze zich door prachtsongs die zich nooit overgallopeerden in samenzang en bombastische uitlatingen. De teugels werden gevierd waar nodig en slechts zelden zag ik een spaarzaam aantal akkoorden verweefd worden tot zulke schoonheid. Of wanneer ze met banjo en tamboerijn, weg uit de veilige stal van P.A.’s en elektronische versterking, het publiek in kwamen om in hun akoestische soberheid de intimiteit die dit soort muziek vergt wat te belichten (met theekaarsjes). Hun ‘single’ White Lake steeg boven zichzelf uit, wanneer die op hun Myspace nog wat korrelig klinkt, schoof die in Kavka alle balast uit het zadel om ontvouwd te worden tot de pure essentie. Sterk.
Conclusie: Debonair heeft na Superlijm, Yoko en The Bear That Wasn’t wederom een sterk racepaard in haar stal gehuisd. Vorig jaar werd er veel lawaai gemaakt over het, in vergelijking met Horses zeker, saaie Isbells. Als Vlaanderen en haar uitstekende muziekpers mee wat moeite doen, wordt dit een van de grote revelaties van 2011.
Oké, nog een laatste: Juuuu paard!
|