|
Alas My Love was meer dan waarschijnlijk de leukste Belgische plaat in zijn genre in heel erg lange tijd. Bram Van Parys speelde deze zomer met The Bony King Of Nowhere zowat elk festival in België totaal plat en binnenkort trekt hij naar New York! Tijd voor een interview, vonden wij.
The Bony King Of Nowhere, dat is een hele mond vol. Vanwaar die naam? Bram Vanparys: Dat komt van de subtitle van There There van Radiohead. Ik heb dat eigenlijk gewoon gekozen omdat het leuk klinkt. Alas My Love is een van de betere platen van het jaar geworden. Had je dat verwacht? BVP: Verwacht klinkt nogal pretentieus, maar ik had toch zeker gedacht dat het iets teweeg zou brengen. Het is eens iets anders dan dEUS. Ik bedoel maar, het is niet het zoveelste rockgroepje dat een single in de charts smijt. Maar ik had zeker niet verwacht dat de pers zo positief zou zijn. Je hebt er een ongelofelijk succesvolle festivalzomer opzitten, binnenkort vertrek je naar New York… Blijft er nog tijd over voor een privéleven? BVP: Ja, natuurlijk. Op een manier is muziek maken ook een sociaal leven. Ik heb zeker wel een druk leven, ik moet voor alles tijd màken. Je bent van Gent, wééral iemand van Gent denken wij dan in Antwerpen. Hoe zit dat daar? Zit daar iets in het leidingwater, is de scene daar groter? BVP: Ik geloof daar niet in. Van die scenes in bepaalde steden of steden die ‘hot’ zijn. Volgens mij is dat allemaal puur toeval. Veel Gentenaars zijn ook inwijkelingen, natuurlijk. Ik ben nu wel toevallig een ‘originele’, maar de helft van mijn groep is West-Vlaams. Je vriendin speelt ook bij The Bony King Of Nowhere, muze of last? BVP: Dat werkt gewoon goed. Anders zouden we dat niet doen. We kennen allebei onze plaats ook in die groep, en op die manier werkt dat perfect. Je speelt heel erg intieme muziek maar trekt toch een vrij groot publiek aan, hoe komt dat, denk je? BVP: Ik denk dat het qua publiek nog allemaal wel meevalt, hoor. Als artiest valt de grootte van je publiek heel erg moeilijk in te schatten. Op Dranouter speelden we in een tent met een capaciteit van 5000 man en die zat stampvol. Ik versta dat niet. Ik ben net terug van Lady Linn te gaan bekijken en zij heeft pas een publiek! Ze slaagt er natuurlijk ook in een veel breder publiek aan te spreken en ze heeft voor mij daarjuist bewezen dat ze dat ook echt verdient. Maar in ons genre trekken wij dus eigenlijk wel een vrij groot publiek aan. Mogen we jou een singer-songwriter noemen? BVP: Dat mag. Voor mij is een singer-songwriter iemand die zijn eigen nummers speelt en zingt, dus in dat plaatje pas ik dan wel (lacht). Natuurlijk, maar er staat wel een hele groep achter je terwijl het toch jouw nummers zijn. Is dat omdat je bij het songschrijven geen andere ideeën kan dulden? BVP: Ik heb gewoon zelf een enorme drang om arrangementen te schrijven. Daar haal ik enorm veel plezier uit. Ik schrijf mijn nummer en dan begin ik dat onmiddellijk aan te vullen. Ook al kan ik niet drummen, toch kruip ik achter het drumstel om dingen te proberen. Ook backing vocals, mijn demo’s zitten stampvol backings. Ik heb mijn band dus echt nodig om dat alles live te kunnen brengen. In het Leffingeleuren-programmaboekje wordt je in verband gebracht met enerzijds Grandaddy en anderzijds Fleet Foxes. Welke past het beste? BVP: Geen van beide, vrees ik. Grandaddy is echt puur Amerikaans, bijna krautrock-achtige toestanden. Dat hoor ik eigenlijk helemaal niet in onze muziek. Ik neig dan misschien toch iets meer naar Fleet Foxes, hoewel daar ook een zware geut Americana in zit. Qua tempo is dat ook bijna country. Maar ik weet wel dat Robin Pecknold (de zanger van Fleet Foxes) naar dezelfde dingen als ik luistert, The Beatles, Dylan,… Ik ben ook zware Fleet Foxes-fan, dat ga ik zeker niet onder stoelen of banken steken. Je bent ook fan van Devendra…? BVP: Fan is er een beetje over. Ik heb daar vroeger veel naar geluisterd en ik heb enorm van hem geleerd. Het is ook door hem dat ik gitaar ben beginnen spelen omdat zijn nummers zo eenvoudig in mekaar zitten. Zijn nummers maakten mij duidelijk dat het OK is een nummer met maar twee akkoorden te schrijven. Dus dan horen we binnenkort ook Latijnse ritmes bij The Bony King Of Nowhere? BVP: Dat zou heel goed kunnen. Ik ben een enorme fan van Braziliaanse muziek uit de sixties. Ik vind het zeer inspirerend hoe zij met songstructuur en percussie omgaan. Op mijn plaat staat zo al een schets, Adrift, en ik ben wel van plan dat wat dieper uit te graven. 
|