Codasync: “Eigenlijk zijn wij een anti-postrockband” PDF Afdrukken E-mail
Interview
door Stijn Theus   
maandag 26 april 2010 08:56

Anti -postrock is misschien veel gezegd. Enkele dagen na het interview kwam ik Jokke (gitaar), Matthias (drums), Bruno (bas) en Bram (gitaar) nog tegen na het optreden van 65 daysofstatic in de AB. Het viertal vormt samen Codasync, de Antwerpse band zonder genre. Zonder zanger ook trouwens, maar dat is voor hen bijzaak. “Voor ons is het enige dat telt dat het goed klinkt, en goeie muziek is onbenoembaar”. I second that! En toch… Een beetje muziekjournalist zal alles in vakjes proberen te stoppen, maar niet voor ik het ze zelf heb gevraagd. Wat dachten ze van mathrock??

Matthias: Nee! Nee! Dat is weer zo’n postmoderne term voor bands van de laatste vijftien jaar waarvan ze niet weten wat het is en dan plakken ze er gewoon een naam op. Wij spelen geen bepaald genre. Onze muziek is soms wel atypisch in vergelijking met andere bands, maar we maken geen muziek omdat die complex moet zijn. We willen geen bombastische songs maken, dat gebeurt gewoon vanzelf.

Jokke: Wat is mathrock eigenlijk? Ik vind die namen sowieso een beetje van de pot gerukt.

 Codasync interview

Awel, klinkt een beetje als bands zoals Pivot en Battles.

Jokke: Tja, Battles is misschien wel een invloed voor ons, maar dan spreken we over een klein stukje van onze muziek. En spelen zij dan mathrock?

Matthias: Dat is nu net de vraag: wat is mathrock? ’t Is wel tof dat je de eerste bent die Battles in onze muziek hoort. Battles is echt een van de weinige moderne bands die we alle vier goed vinden. Zo’n groepen zijn sowieso heel zeldzaam omdat we zo’n uiteenlopende smaken hebben. Ik luister bijvoorbeeld veel naar jazz en metal, Bruno is een hiphopper, Jokke houdt van blues en rock-‘n’-roll en Bram… luistert enkel naar Björk (lacht). Al die dingen komen gewoon samen. Battles doen echt iets cutting edge. Er zijn twee soorten muziek: goeie en slechte. En goeie muziek beïnvloedt ons. Mensen geven onze muziek alle namen: van rock en metal tot fusion of jazz, of zelfs complexe punk.... Ons maakt dat allemaal niet uit. We hebben niet de bedoeling de regeltjes van een spel te volgen - wat tegenwoordig bijna iedereen doet: juiste naam, juiste site, juiste albumcover, juiste kapsel, juiste merk van gitaren en manier van op podium staan.

Jokke: In de muziekwereld is het toch niet nodig om er een genre op te plakken?

Matthias: In de muziek niet, in de muziekwereld zelf wel. De muziekindustrie heeft daar nood aan, maar dat is allemaal irrelevant, voorspelbaar en saai. We leven in de 21e eeuw. Wie trapt daar nog in?

Jokke: Jezelf als groep binnen een genre zetten, is trouwens zo idioot. Dan ga je jezelf na een tijd al bekijken als “Mathrock Band”. Dat heeft gewoon geen nut, op geen enkel vlak.

 

Maar als je het puur commercieel beziet wel.

Bram: (droog) Dan vinden we toch gewoon een stijl uit en zeggen we dat we Codasync spelen…

Matthias: Je hebt daar wel gelijk in. In het woord muziekindustrie is het stukje “industrie” heel belangrijk. Muziek is inwisselbaar. Voor de industrie is het belangrijk omdat ze zich daar aan vastklampt. Stel dat je toch een term voor onze muziek zou moeten bedenken, is het enige waar ik zou kunnen opkomen iets als vrij stevige fusion - maar dan echt in de letterlijke zin van het woord. Al die termen zijn na een tijd trouwens achterhaald en blijven ergens rondzweven als lege begrippen.

Jokke: Stel nu, we beslissen om een akoestische cd te maken. Dan zitten we toch met een groot probleem? Moeten we dan weer een nieuw genre gaan zoeken? Dat geeft een beklemmend gevoel langs alle kanten.

Matthias: Onze volgende cd – ik wil er eigenlijk nog niet te veel over zeggen – wordt voor 100% geïmproviseerde muziek. Dan gaan mensen weer vragen wat we nu willen benadrukken, die studio gedetailleerdheid of dat rauwe geïmproviseerde? Wel, allebei. Die twee uiteinden, die spanning, dát maakt onze muziek. Eigenlijk is dat al commerciële zelfmoord, maar onze muziek is echt en compromisloos. Dat laatste vind ik op dit moment heel belangrijk, want tegenwoordig – dit zou ik misschien beter niet zeggen want dat vindt iedereen arrogant – compromitteren negen op de tien groepen hun kunst. Gewoon om bekend te worden. Dat heeft geen zin: alle artiesten waar veel mensen naar blijven  refereren, hebben dat niet gedaan.

 

In welk vakje in de platenzaak moeten we jullie muziek dan gaan zoeken?

Jokke: Bij de C, hé (lacht). Dat is inderdaad een probleem en dan zie je hoe belachelijk dat is. Als je groepen of artiesten zoekt die je niet kan plaatsen onder een bepaald genre, moet je alles afgaan omdat je niet weet waar te zoeken.

Matthias: Onze volgende cd zou in principe geklasseerd kunnen worden onder jazz, als je nadenkt over  hoe de muziek ontstaan is en wat het concept achter de cd is. Maar de sound is geen klassieke ‘swing’, want er steekt sowieso een elektrische gitaar in. Dat is dan pop en rock. En dan? We staan trouwens vlak voor Leonard Cohen. Dat vind ik ook al wel graaf.

 

Nooit op zoek geweest naar een zanger?

Bruno: ’t Is te zeggen. Als we morgen echt een fantastische zanger tegenkomen die honderd procent bij de groep past, kan dat zeker werken.

Jokke: Dat overkomt je, hé. We zijn een tijdje op zoek geweest, maar dan ben je niet meer met je hoofd bij de zaak. Een goeie zanger is een van de moeilijkste dingen om te vinden. We blijven bezig zoals we nu bezig zijn.

Matthias: Wij vergeten dat we instrumentaal zijn omdat we dat niet relevant vinden. Bij breakbeat, house, techno, filmmuziek, ambient of jazz is er niemand die zich afvraagt: “Tiens, er is geen zang”. Als je dat doet met rock, lopen velen blijkbaar nog steeds tegen de muur.

Op onze tweede cd hebben we blazers gebruikt, omdat we dat goed vonden klinken. Op de derde cd staat er weer alleen gitaar, bas en drums, omdat die plaat simpelweg geen nood heeft aan blazers.

 

Ben je nu niet teveel aan ’t vertellen over de volgende cd?

Matthias: Inderdaad, nu je ‘t zegt (lacht). En we zijn al met de vierde bezig ook, maar soit. Dat het goed klinkt is voor ons het enige dat telt. Tegenwoordig vind ik trouwens toch dat de meeste groepen een kutzanger hebben, maar dan spreek ik alleen voor mezelf.

Jokke: We spelen ook al even samen. Als je dan op zoek gaat naar iemand die daar in past, maak je het jezelf wel moeilijk. ’t Is goed zo, het is plezant en we zien wel.

Matthias: Als we het gevoel hebben dat onze muziek niet meer verder evolueert, gaan we er iets aan doen – dat is belangrijk voor ons, want we willen met elke cd iets anders doen. Het interesseert me niet of we dat dan met drie, met vijf of met zeven doen. Maar een goeie zanger, vind dat maar eens. Je moet iemand hebben die karakter heeft, die de stem heeft, die presence heeft op een podium én de frontman van de band kan zijn. Dat is zo moeilijk, en geef zelf maar toe, hoeveel écht goeie zangers ken je tegenwoordig? De enige waar ik nu meteen aan kan denken is Gregory Frateur van Dez Mona. Die heeft alle eigenschappen van een goeie zanger.

Jokke: Zo’n mannen gaan gewoon op zoek naar hun eigen groep. Als er echt iemand is die het gezicht kan zijn van een groep, dan zal die ons wel tegenkomen.

 

Denk je niet dat het de laatste jaren meer aanvaard wordt om zonder zanger te spelen?

Bruno: Er is misschien wel een hele evolutie gekomen uit die postrock-toestanden. Je krijgt het idee dat het meer kan, maar alleen als je binnen die kaders blijft. Daar wordt het meer geapprecieerd, maar vanaf dat je daarbuiten komt – zoals wij doen – is het ineens weer iets dat weinigen willen vatten. En dan loop je weer vast.

Jokke: Instrumentale muziek bestaat toch al veel langer dan muziek met zang? Ik vind het nog altijd heel raar als mensen komen vragen waarom we instrumentaal spelen. Er overheerst natuurlijk nog altijd het commerciële beeld van rock, dat je een gezicht moet hebben en liedjes die je kan meezingen op de radio. Dat is een feit, maar niet de essentie.

Bruno: Ons instrumentarium wordt vanzelf gekoppeld aan zang. Als wij nu morgen opeens allemaal accordeon spelen, stelt niemand zich daar vragen bij.

Matthias: Ja, volgende week gaan we allemaal een cursus accordeon volgen (lacht). En we hebben het gevoel dat Bruno daar het meeste aanleg voor heeft. Maar serieus nu, instrumentaal of niet instrumentaal, dat is geen relevante vraag.

Die discussie is echt al 50 jaar oud en dat wordt hoe langer hoe stommer. We zien ook regelmatig dat mensen – niet alleen Jan Modaal maar ook muzikanten en producers – daar vaak in meegaan. Ik vind dat erg.

Jokke: En toch zegt ons publiek weer vaak dat ze zelfs niet meer horen dat onze muziek instrumentaal is. En dan wil ik ons niet vergelijken met het merendeel van de huidige postrockbands, want die klinken als begeleidende muziek waar de zang is afgehaald.

Matthias: Eigenlijk zijn wij een anti-postrock band (lacht). Nu ja, Godspeed You! Black Emperor is uiteraard een goeie band, maar postrock is de moderne versie van blues: die term wordt zo hard uitgebuit door mensen zonder talent die een vlag voor hun schip willen hangen. Die genres waren in oorsprong geweldig, maar zijn tegenwoordig zodanig verwaterd dat ik er nauwelijks nog naar kan luisteren.

 

Ik mis persoonlijk ook geen zanger als ik jullie muziek beluister. Het kon wel zijn dat jullie in de drie jaar dat jullie nu bestaan al hadden gezocht naar een zanger.

Matthias: We waren vroeger te hard op zoek naar iets. Vanaf dat we hebben gezegd “nu zien we wel” is alles veel vlotter verlopen. Je moet wel weten wat je doet en een bepaalde visie hebben, maar muziek rationaliseren werkt toch niet.

 

Zoals die blazers op jullie laatste cd. Hoe doen jullie dat live?

In koor: Niet!

Matthias: Onze liedjes kan je vergelijken met grieten: als die in de studio zijn opgenomen is dat als een opgemaakte griet, compleet met schmink en al. Als je ze live ziet, zijn ze weer rauwer en vrij basic. Dan moet je je afvragen naast wat je het liefst wakker wordt? Dan wil je toch de afwisseling van de twee, niet?

 

Het nieuwe Codasync album 'In Galoré' is verkrijgbaar via Grovgast Enterprises en beluisterbaar op www.codasync.com.

 

© 2009 - 2010 cultusonline

Meer artikels:
Interviews
Albumreviews
Concertrecensies
Filmreviews
DVDreviews
Filmartikels
Muziekartikels
Flashback
Meer film: