|
Terwijl BP topman Tony Hayward een aardige beloning krijgt voor zijn bijdrage aan de verwoesting in de Golf van Mexico, het Amerikaanse vrije marktmodel meer breuken vertoont dan de Grand Canyon en ook Europa de financiële crisis niet de baas kan, blijft iedereen akelig stil. Waar zijn de Bob Dylans, Country Joe’s (met of zonder vissen) en MC5’s van deze periode, die toch schreeuwt om een ommekeer en een verandering van een allesverwoestende levensstijl? Cultus gaat in deze preapocalyptische tijden tussen het bewusteloze vertier van de muziekindustrie op zoek naar de moderne protestzangers.
Het leek een gemakkelijke opdracht, hedendaagse muzikale dissidenten vinden, maar in de praktijk was die zoektocht de oorzaak van een persoonlijke, emotionele en lichamelijke crisis: ik brak ik-weet-niet-hoeveel keer de knokkels van mijn beide handen op tanden en oogkassen van Bono-adepten, mijn neus brak nog meer onder de hand van de iets bredere U2-adept en ik haalde de toorn van mijn (Duitse) schoonfamilie op de hals nadat ik mijn vriendin een week op water, brood en punk had gezet bij wijze van Lady Gaga-detox. Wat ik daarvan geleerd heb? Triviale dingen als ‘Sla nooit een eikel waar je qua gewicht en breedte drie maal in past’, ‘zet je vriendin niet op water en brood als je de komende weken nog van bil wil gaan’ en ‘nazi Duitsland is dichterbij dan je denkt’. Maar toch, als iedereen Bono als bewuste zanger bovenhaalt of denkt dat ie toch iets goed voor de wereld betekent, dan is deze aardkloot nu al om zeep en mag er gerust eens collectief zelfmoord gepleegd worden – liefst op een concert van U2. Stond Bono tijdens het WK niet met Drogba en een paar nieuwe schoenen op de foto voor de Lace Up, Save Lives campagne? Die rode vetercampagne was een samenwerking tussen RED, een liefdadigheidsorganisatie opgericht door Bono, en Nike. Het was dus niet veel meer dan een slimme marketingtruck om schoenen te verkopen. In het Westen en vooral in Europa natuurlijk, want geen enkele Afrikaan (neger of geen neger) wil 200 euro neertellen voor een paar schoenen, zeker niet als hij voor dat geld een jaar kan eten. Een mediageile Bono past dus niet bepaald in dit lijstje. Ondanks de afgereageerde frustraties blijft de agressie tegen een malfunctionerende maatschappij branden, en ook een nieuwe generatie punkers voelt die woede. Volgens de eerste Adbusters van dit jaar was Fucked Up’s tweede album een welgekomen verademing in “een muziekindustrie die overspoeld is door cynisme en ironie”. Hun laatste CD ‘The Chemistry Of Common Life’ vult hoofden met desillusies en woede, aldus Sarah Berman in het magazine dat al 20 jaar de revolutie predikt. Ik ben geen echte hardcorefan, maar punk zit in mijn bloed en de Canadezen van Fucked Up doen dat op een lauw vuurtje net niet koken. Hardcore, in de zin van Floggin’ Molly en The Drop Kick Murphy’s hardcore, maakt de woede waarover Berman spreekt niet echt los en loopt vast op simplistische punkriffs en hese gezangen. Hoewel, hun fans denken er duidelijk anders over. Fucked Up is, tot nu toe, twee maal te gast geweest op MTV en ze braken letterlijk het kot af. Which is nice. Damian Abraham, zanger en tevens producer in de filmindustrie (wat zijn geloofwaardigheid al geen deugd doet), bewees zijn geëngageerdheid eerder dit jaar en probeerde te overleven op een voedselpakket in Toronto. Ondanks de extra toegestane levensmiddelen hield de zingende dikzak het geen vier dagen uit, wat bewijst dat de voedselpakketten niet voldoende zijn om te overleven. Tweede en meer plausibele verklaring: Abraham is te dik en eet te veel… De lyrics die hij uit zijn keel perst zijn ook niet echt overtuigend: epische teksten en een occasionele vermelding van God zullen de revolutie van Adbusters niet doen opflakkeren. Een subtiele knipoog naar wiet, DMT of crack zal de apathie daarentegen wel kunnen aanwakkeren. When I woke up I was here. I blew smoke onto a page and watched the letters re-arrange, Pushed the words into my veins, Tripped the valve inside my brain, Spoke a language I could see, I swam inside reality
Write in vines and speak in tongues, Double meanings in my lungs Brazen head spits out the skies, These words are heavy but I'm alright. (Magic Word)
Dichter bij huis tilt de Engelse hardcoreband Enter Shikari het genre naar een hoger niveau. Ondanks hun eerste EP Nodding Acquaintance uit 2003, die naast enkele elektronische geluidjes regelrecht alle slechte eigenschappen kopieert van de nu-metalhype die in de jaren 2000 de radiogolven verziekten, hebben ze door de jaren heen een uitzonderlijk geluid gecreëerd. Met hun laatste langspeler ‘Common Dreads’ als de kers op de taart. De met electro, techno, grime en dubstep doorweven (emo-)hardcore geeft genoeg vonken om een maand lang auto’s in brand te steken in Brusselse getto’s – en als dat niet lukt kan je ter plekke je agressie kwijt in de vorm van een elleboog in het gezicht van je medemosher. De mash-up van hardcore en elektronische geluiden doet de herinneringen naar Linkin Park en Papa Roach nauwelijks vergeten, maar geef toe, breakcore en IDM introduceren op een punkstage van Pukkelpop in 2007 en het twee jaar later mogen overdoen op de mainstage, ik heb het ze niemand voor hen zien doen. En voor een protestzanger doet die rosse het zeker niet slecht: Als je het gebrul en de nu-metalesque gezangen kan aanhoren, hoor je de schreeuw van woede die Sarah Berman van Adbusters al hoorde bij Fucked Up. “And it's so frustrating/The fucking state we're in!” Nagels met koppen, als je het mij vraagt. Als puberale vakbondsafgevaardigden roepen de jongelingen van Enter Shikari op om te verenigen en het tij te keren, zonder maar iets van hun naïeve hoop te laten varen. En wat die nu-metal betreft, het geeft nog maar eens aan dat de wereld om zeep is, maar ze bereiken wel een immense groep tieners die zo hun eerste stappen naar bewustwording (kunnen) zetten. If our own lives aren't directly affected, then it does need to be corrected How fucking cute is our ignorance? Each nation used to provide its country with security with factories providing arms for their country Now multinational companies compete in the arms trade to serve any customer, maximising the money to be made (Fanfare for the Conscious Man)
Genoeg bagger voor deze week, hardcore heeft ook zijn goeie kanten, bewijze Future for the Left. Ok, niet echt hardcore, punk of wat dan ook, maar ze surfen ongeveer op dezelfde harde gitaarklanken van boven genoemden en de stemkleur van de zanger kunnen die onterechte vergelijking enigszins rechttrekken. De Ierse groep is gegrondvest op de ruïnes van Mclusky en opgericht door Andy "Falco" Falkous samen met drummer Jack Egglestone in 2005. De enigste gegronde vergelijking met hardcore of punk is dat er bij hen ook een zekere woede door hun muziek en teksten schemert. Een woede voor een de hopeloze zaak waar we met z'n allen blijven achterstaan of ongewild in meedrijven. Die woede wordt, als een antigif tegen het heersende cynisme onder de jeugd, gestild met de nodige humoristische sneren en absurde uitspraken als “only the good die Young/except for when they don’t”. Het album ‘Travels With Myself and Another’ is het eerste pareltje rebelse muziek dat op deze zoektocht naar dissidente en maatschappelijke relevante teksten is komen bovendrijven en schopte het niet voor niets tot talloze eindejaarslijstjes van 2009 (of toch eentje van Cultusonline). In the end everybody wins as long as we remember there’s a reason for incredible wealth Incredible luck Don’t despair life is just a dream And nobody can judge us if we choose to face it gradually Makes everything right (means nothing can beat us) Come join, come join our hopeless cause Come join, come join our lost cause (The Hopes That House Built) [einde deel 1, meer dissidentie volgt] |