De Amerikaanse shock-rockers uit de eighties, het leger des duivels van Blackie Lawless, bastaarden van Alice Cooper, het mikpunt dat Amerika nodig had op het piekmoment van de pro-censuur lobby… Tegenwoordig touren ze met minder bloed en zonder dode dwergen, gekeelde maagden of sappige varkensharten, maar feit is dat W.A.S.P. nog steeds een lust voor oog en oor is. Gaat dat zien, en wel in Trix nu vrijdag!
Reeds vanaf hun eerste stappen baadden ze in controverse. White Anglo Saxon Protestans, zou eerst de beteknis achter W.A.S.P. geweest zijn, en daarna We Are Sexual Perverts. Een uiterst geschikte manier, vond frontman Blackie Lawlass, om met zijn leuter in de neus van het Parents Music Resource center te kunnen peuteren. Want laat ons wel wezen: het ging ‘m om het shock-effect bij W.A.S.P., of dat nu was met vuurspuwende onderbroeken, brutaal seksistische lyrics, een half naakte vrouw aan een marteltuig binden, rauw vlees in het publiek werpen of Lawless’ eigen onversaagde arrogantie. Een ding is zeker: in de annalen van Heavy Metal zijn er maar weinig bands als W.A.S.P.
Lawless richtte de band op in 1982, met toen al voldoende bagage op zak als goede vriend van Ace Frehley van Kiss én een periode als vervanger voor Johnny Thunders in The New York Dolls alsook te verschijnen in Sister én London met Nikki Sixx. Hij had dus al wel eens zijn botten in brand gestoken of live wormen door zijn keelgat gejaagd maar duwde zich volledig over de rand met de allereerste promo-single van W.A.S.P.: Animal (Fuck Like A Beast). Op de originele hoes zien we hoe een hond klaar staat om zich met zijn neus tussen de dijen van een vrouw te begraven.
Tot ieders grote verbazing (…) werd die track geschrapt van hun debuutalbum wanneer ze tekenden bij Capitol Records in 1984. De controverse, samen met mix van Heavy Metal in een glam-kleedje, ging er vlot in bij het pre-thrash publiek. En songs als I Wanna Be Somebody en L.O.V.E. Machine bleken zelfs hitmateriaal. Hun tweede plaat The Last Command werd zelfs hun grootste commerciële succes, mede door de single Blind In Texas. Maar op den duur begon hun excessieve gedrag wat tegen hen te werken. Nog het duidelijkste wanneer gitarist Chris Holmes in volledige stage-outfit uitzinnig dronken ligt te dobberen in het zwembad van zijn moeder in de docu The Decline Of Western Civilisation pt II: The Metal Years. Dus, wanneer W.A.S.P. dan hun beste (concept)plaat uitbracht met The Headless Children, was zelfs dat niet genoeg om het tij nog te keren.
Ondertussen is Lawless een beetje soloartiest geworden met een leger van jonge huurlingen maar bewees hij toch nog met zijn rockopera The Neon God een aardig staaltje shockrock uit zijn bas of gitaar te kunnen schrapen. Nu vrijdag staat hij dus in gestripte versie in Trix, en zelfs daar zal uw maag smakelijk van omkeren.
Essentiële Klassiekers
W.A.S.P. (Capitol, 1984)
Hoewel ze uit dezelfde goot kwamen als hun Sunset Strip-collega’s Mötley Crüe en Ratt, leverde W.A.S.P. toch nog iets heavier af. Doe daar nog de theatraliteiten bij en je hebt een band die er duidelijk op uit is hun fans te shockeren en de rest van de natie een hartaanval te bezorgen. Ze waren dan wel niet Slayer met hairspray, maar toch gevaarlijk genoeg om een song als Animal niet op de plaat te laten verschijnen. Maar toch, met I Wanna Be Somebody, L.O.V.E. Machine, School Daze en Hellion bewezen ze allesbehalve een eendagsvlieg te zijn in Metalland.
The Headless Children (Capitol, 1989)
Het is een beetje ironisch dat voor een band die ervoor bekend staat bloed te drinken, dwergen te villen en vuur te spuwen van uit zijn kruis, de plaat die muzikaal het hoogst gewaardeerd wordt, net die is waar ze alle gimmicks op verbannen. Zowel opener The Heretic, de uitstekende titeltrack als grandioze ballad Forever Free werden metalklassiekers. Ook spijtig was (voor zij die daar bij konden zijn alleszins) dat de band niet in volledige line-up toerde, zo bleef Uriah Heep-keyboardist Ken Hensley (die een aardig stuk voor zijn rekening had genomen) bijvoorbeeld thuis. Het zou ook de laatste plaat zijn van gitarist Chris Holmes voor zijn terugkeer in 1996 met het geniaal getitelde Kill Fuck Die. Maar hier leverde hij toch, samen met de rest van de band, een van hun mooiste werkstukken af.
Sterk Aanbevolen
The Last Command (Capitol, 1985)
Nee, The Last Command was allesbehalve een commerciële hit voor de band maar aangezien MTV de twee hitsingles wel oppikte, werden steeds meer mensen op de hoogte van hun bestaan. Die twee excellente songs – Blind In Texas en Wild Child – bewezen zich trouwens de mooiste lovesongs ooit door W.A.S.P. geschreven. Maar ook de rest van de plaat bewees dat er onder de gimmick ook een sterke band stond met nummers als Ballcruscher, Jack Action en Widowmaker. Met Quiet Riot-producer Spencer Proffer blinkten ze ook hun geluid wat op, wat dan weer netjes in het oor van de steeds groeiende legioenen hair metalfans paste.
Inside The Electric Circus (Capitol, 1986)
Vaak door Lawless zelf omschreven als een van zijn zwakste platen en Inside… mag dan ook niet helemaal opwegen tegen hun debuutalbum of The Last Command maar met 9-5 N.A.S.T.Y. wisten ze toch maar weer een classic te brouwen. Het zou er ook voor zorgen dat ze, alvast in Europa, stevig voet aan grond bleven houden. Maar het feit dat ze steunden op covers als Humble Pie’s I Don’t Need No Doctor en Uriah Heep’s Easy Living, bewees een beetje het feit dat ze in de plaats van op weg naar iets heel speciaals, al op de terugweg waren. En dat was geen klein beetje te wijten aan het feit dat Lawless overschakelde van bas naar gitaar na het aantrekken van Johnny Rod.
Enkel Voor De Fans
Dying For The World (Metal-Is, 2002)
“Fuck polictal correctness, that went down with The World Trade Center,” schreef Lawless in de hoes. Het is een understatement dat Lawless en politieke correctheid slechte bedpartners waren, maar waar hij vroeger hier en daar wel een dommekloten metal anthem poogde te brouwen, wordt dit album gekenmerkt door de meer donkere sfeer rond de val van de twee torens. Conceptplaten zijn altijd glad ijs om je op te begeven, maar hier sloeg hij erin zijn gedachten voldoende te kanaliseren om tot een lekker samenhangende duistere plaat te komen.
Koop Alles Behalve
The Crimson Idol (Capitol, 1992)
Hoewel muzikaal niet meteen hun slechtste plaat, kenmerkte The Crimson Idol wel de teloorgang van W.A.S.P. als een band die mensen nog serieus namen. Hier leefde hij zich helemaal in in zijn idolatrie voor Pete Townshend – een gevolg van de goede commentaren die volgden op The Real Me op The Headless Children. Dus in de plaats van stevig rockende songs kregen we een platvloerse rock opera over Jonathan, een getormenteerde rockster, ver van wat iedereen dacht van W.A.S.P. Het was ook het einde van de relatie tussen de band en label Capitol.