The Sun Records Blues Box: Niet Alleen Elvis Blijft Bestaan PDF Afdrukken E-mail
Artikel
door Administrator   
zondag 14 september 2014 07:58
De impact van de rock’n’roll was op z’n zachtst gezegd allesverpletterend en overschaduwde de plots heel erg  altmodisch klinkende blues die eigenlijk het grootste deel van Sun Records’ indrukwekkende catalogus uitmaakte. Pas begin jaren ’80 werd een fractie daarvan opnieuw uitgebracht als een nogal slordig gecompileerde vinyl-box. Met deze tien cd’s tellende Sun Blues Box en de bijbehorende documentatie wordt het duidelijk hoe immens belangrijk de blues was op zowel de artistieke als financiële tijdlijn van Sun Records. Of hoe het platenlabel achter Elvis groot werd door het uitbuiten van zwarte muzikanten. Deze box verzamelde songs van zowel Ike Turner en Little Walter als nummers van volstrekt onbekende muzikanten waarvan op die ene opname na niks, nergens terug te vinden is. Dure grap, deze box, maar worth every penny.

sun blues box

Omdat elke zichzelf respecterende muziekfreak een muziekquizje nimmer kan weerstaan: Vraag 1  “Sun Records: geef 5 trefwoorden.” Een gematigd tot goed muziekquizzer zal nog geen seconde later Elvis Presley’s gezegende naam uitroepen. Maar welke vier andere trefwoorden weet de beter getrainde muziekomnivoor zo nog uit z’n mouw te schudden? Iets langere denkpauze. Ik zet mijn geld in op de term ‘rock’n’roll’ plus de namen Jerry Lee Lewis en Johnny Cash. Beduidend langere denkpauze. Ah! Memphis natuurlijk, de studio staat in Memphis! Correct.  Extra bonuspunten zal de streberige muziekquizzer echter kunnen scoren met ‘Sam Phillips’, labelbaas van dat Sun Records en ‘ontdekker’ van Elvis Presley (én een pak andere grote namen in al wat blues, r&b of rock’n’roll heet). 





Sam Philips: producer avant la lettre
Datzelfde Sun Records, alwaar rock’n’roll zwart voor wit ruilde, zorgt nu voor unieke kans om mits het neertellen van enkele euro’s (ok, best wel wat euro’s) de teloorgang en debilisering van de mensheid op z’n minst nog even uit te stellen met een nogal indrukwekkende boxset. Het label vindt het na een goeie zestig jaar eindelijk maar eens tijd om ons eraan te herinneren dat naast het ontwerpen van een vitale scene voor jong, muzieklustig Amerika, Sam Phillips in die tijd ook de ene na de andere bluesmuzikant richting sterrendom trachtte te katapulteren. Aanvankelijk niet alleen in functie van Sun Records maar ook als producer van onder meer Howlin’ Wolf en B.B. King voor (toen zeker) veel grotere labels als Chess, Trumpet en RPM. Sun zelf begon aanvankelijk als de Memphis Recording Service op Union Avenue, op spuugafstand van de ‘zwarte buurt’. Phillips werkte de ene na de andere plaat af maar werd het al snel beu dat zijn zwarte bluesmuzikanten nauwelijks iets wisten op te brengen. 

Wolf en B.B. King wordt, geheel terecht, een meer stedelijke, gesofisticeerde en dus ook commercieel interessante sound toebedacht en daar had Phillips als studiohuurling voor andere platenfirma’s natuurlijk nauwelijks iets aan. Phillips’ eigen cliënteel bestond daarentegen vooral uit rechtstreeks uit het katoenveld geplukte, ongeletterde plattelandsschooiers. De verpauperde deelpachter Sleepy John Estes wekt in Rats In My Kitchen en Policy Man een vibe op die je normaliter vereenzelvigd met Hill Country Jug bands die hun miserie er uit knetteren op de veranda van hun krotterige woonschuur. Niettemin is het diezelfde Sleepy John Estes waarop Howlin’ Wolf de karakteristiek is gaan zoeken van de agressie die in zijn later oeuvre voor enkele meesterwerken heeft gezorgd. Alle moderne muziek begint bij de blues, zélfs de blues.

Naast Sleepy John Estes werd er onder meer ook van Pat Hare afgekeken hoe die een leven vol miserie en grauwheid naar muziek vertaalde. Toch zeker in die zin dat zijn wat ongebruikelijke en venijnige gitaarspel dat een angstaanjagende dringendheid ramde in zijn eigen werk (I’m Gonna Murder My Baby en Bonus Pay) ook gold als de voornaamste reden waarom James Cotton de gitarist inlijfde om zijn meer gestroomlijnde ritmes van wat scherpe en smerige kantjes te voorzien (Hold Me In Your Arms en Straighten Up Baby).




The blues had a baby and they named it rock’n’roll
Een 10 cd’s tellende boxset vol arcadisch blueserfgoed en verloren gewaande songparels geldt sowieso als een met amfetamines geïntensiveerd afrodisiacum voor ons lustige, onverzadigbare muziekrukkers. Zelfs de meest obscene fetisjisten onder u zullen ruimschoots aan hun trekken komen wanneer ze zich langs alle kanten in deze box wringen om tussen de lijnen (en de linernotes) te volgen hoe fundamenteel en verregaand de invloed van geografische en sociale factoren doorwoog op de artistieke evolutie van de blues. Evenredig met het naarstige tempo waartegen de jaren ’50 een decennium lang van de sociale en/of economische doorbraak schoten onderging ook de blues tot net voor het begin van de sixties allerlei mutaties in de hoop zijn vooruitstrevende (steeds blanker wordende) publiek bij te blijven. 

Zo kon ook de blues niet ontsnappen aan de grauwheid van raciale spanningen en waren corruptie en misbruik net zo zeer schering en inslag, zelfs onderling tussen de zwarte muzikanten. Voor elke Ike Turner, Little Walter of Rufus Thomas liepen er een paar Lost John Hunters of Boyd Gilmores rond die de extreme ongelijkheid tussen de zwarte artiesten vertaald zagen naar het gedwongen (en veelal zelfs ongevraagd) en onbezoldigd doorsluizen van hun materiaal naar de sterren van het moment. Platen moesten verkopen en wanneer ze dat niet deden werd de artiest onbruikbaar verklaard – rechtstreeks terug naar de akker waar hij vandaan kwam.




Gehaaid zakenman 
Sam Phillips was dan ook in de eerste plaats een businessman. Uiterààrd had hij een hart voor muziek en was hij als producer van onschatbaar belang bij het smeden van wat dé sound zou worden die het denken en het wereldbeeld van de blanke Amerikaanse jeugd totaal zou veranderen. Maar ondanks dat hij in biografieën vaak mag schuilen onder paraplu-excuses als de financiële instabiliteit in de VS en de daarop volgende recessie in ’54, alsook het op allerlei manieren drukkende en moeilijk te vatten leven in de razendsnelle fifties, verdient Phillips toch niet meteen een medaille voor interraciaal gemeenschapswerk. Dat hij de aanvankelijk nog uiterst bescheiden opbrengsten zo goed als volledig in zijn eigen zak liet verdwijnen is crimineel maar geheel eigen aan de tijd en conform de werkmethodes van collega-labelbazen. 
 
sam philips 

Één zwarte muzikant waagde het ooit om Phillips een proces aan zijn broek te lappen wegens wanbetaling. Phillips liet tijdens het proces een andere zwarte muzikant voordragen die met zijn hand op de bijbel zweerde dat hij en niet de gedupeerde het desbetreffende nummer had geschreven en gezongen. Phillips won en vierde dat with a vengeance door de tegenpartij op hun beurt voor te rechtbank te dagen op een beschuldiging die het midden hield tussen smaad en poging tot diefstal. 



Muziek als commercieel product
Ook marketingtechnisch buitte Phillips de sociale en economische situatie nauwkeurig uit door songs te bestellen die helemaal op maat van de actualiteit en de miserie van de mensen werden geschreven – straatarme zwarten die richting criminaliteit gedwongen worden (Willie Nix’ Prison Bound Blues) en het van uitzichtloosheid wegvluchten door alle hoop in het geloof te steken (The Jones Brothers’ Look To Jesus) zijn slechts twee voorbeelden. Natuurlijkerwijze zorgt de onscherpte van de bril der nostalgie er na verloop van tijd voor dat minder positieve kanttekeningen verwateren en men wel eens durft vergeten dat muziek in die tijd – véél meer als vandaag, zelfs – een product was, zoals een broodrooster en een televisie dat ook waren, dat aan slechts één voorwaarde moest voldoen: winst. Platenbonzen hadden niet bijgekomen van het lachen mocht iemand hen in die tijd op artistieke kwaliteitshandhaving, geduldige talentwerking, stijl, cool of morele grenzen aanspreken. Ook Phillips was dus net zo min de Heilige Verlosser des Negers die men wel eens van hem pleegt te maken. Nu goed, een negers opjagende witte puntmuts was hij voor de duidelijkheid nog veel minder. Phillips was een man van zijn tijd, een zakenman met een geweldig oor voor de commerciële potentie van muziek. En ja, ook een sjacheraar die er niet vies van was om keihard geld te verdienen op de rug van een straatarme dommekloot. 

Toch krijgt hij voor het uitbouwen van Sun Records een met bladgoud en engelen en ornamentjes pronkende ereplaats in het pantheon van de muziekgeschiedenis. Het studiogebouw werd een bedevaartplaats voor rock’n’roll-rootszoekers, hun catalogus puilt uit van rock’n’roll-, blues- en r&b-legendes en supersterren en, laat ons dat zéker nooit vergeten, Phillips gaf met Elvis de rock’n’roll aan de hele wereld (al was het opnieuw niet netjes dat hij aanvankelijk rock’n’roll als een blanke uitvinding verkocht).


sam philips elvis presley


Sun Records: de legacy 
Het gros van de grootste Sun-alumni kregen de voorbije jaren al een geheel eigen box of reissue-serie. Hun afwezigheid op deze box is dan ook logisch en overigens geheel terecht aangezien de meesten van Sun’s supersterren niet eens voetnootjes zijn in de saga van het label’s blues output.  Het spannendste en meest interessante aan deze box zijn zelfs net die vergeten parels – van enkele nummers vond men zelfs de naam van de uitvoerder niet terug – die de samenstellers hebben kunnen opdiepen. Precies die songs maken van deze box een essentieel, buitengewoon en over de hele lijn verbazend stuk leerstof, een artefact boordevol muziek van onschatbare waarde. Muziek die net op tijd van de vergetelheid werd gered. Muziek die we moeten blijven koesteren en waarderen opdat men er voor 100 jaar nog steeds het respect voor opbrengt dat het verdient. Maar begin vooral met er gewoon van te genieten. 

Zij die dachten de ins en outs van Sun Records zo ondertussen wel helemaal te kunnen doorzien mogen dankzij deze box opnieuw moeten beginnen. Het verhaal van die tien jaren die de rock’n’roll klaarstoomden en voor het eerst in de geschiedenis de muziekcultuur fundamenteel veranderden werd nooit beter, nooit vollediger verteld. 




 The Sun Blues Box (Bear Family Records), 10 cd’s, 307 songs, 187 pagina’s tellend hardcover boek. 
  

 

© 2009 - 2010 cultusonline

Meer artikels:
Interviews
Albumreviews
Concertrecensies
Filmreviews
DVDreviews
Filmartikels
Muziekartikels
Flashback
Meer film: