Berlin brengt Holoceencyclus naar Bourla: een reis rond de wereld in drie voorstellingen PDF Afdrukken E-mail
door Wim Van Acoleyen en Joke Hoeven   
donderdag 12 februari 2009 16:39
Berlin, dat zijn Bart Baele, Caroline Rochlitz en Yves Degryse. Sinds 2003 werkt het collectief aan de stedencyclus Holoceen: portretten over hedendaagse steden, gebracht als mengvorm van theater en documentaire.

Het eerste deel, Jeruzalem, ging in 2004 in première, en toert nog steeds als documentaire, geprojecteerd op drie schermen. Opvolger Iqaluit, over een Inuïtstad van slechts 6 km² aan de Noordpool, was oorspronkelijk een multimediale voorstelling, waarbij performance en documentaire gemengd worden. De voorstelling werd herwerkt als video-installatie. Voor derde deel Bonanza trok Berlin naar een Amerikaans stadje met slechts 6 inwoners. De resulterende documentaire wordt geprojecteerd op vijf schermen, met een maquette op het podium. Later dit jaar brengt Berlin het volgende deel in de cyclus uit, waarvoor het collectief naar Moskou trok.

 

Het Antwerpse Kleppersfestival nam de uitdaging aan en stelt 4 dagen lang Berlins’ werk tentoon. “Het lijkt mij voor toeschouwers heel leuk om naar drie portretten van steden te kunnen gaan kijken,” reageert Berlin-lid Caroline Rochlitz. “Onze drie projecten kunnen in één keer in de Bourla staan. Dat lijkt me een heel leuk gegeven.” Ons leek het ook een leuk gegeven eens op de koffie te gaan bij 2 van de 3 acteurs/auteurs/regisseurs/…

 

 

Holoceen; de stedencyclus van Berlin is in tegenstelling tot de andere voorstellingen een vreemde eend in de bijt. Geen geknoei met tekst, geen zenuwen op het podium, maar een aantal schermen met portretten over 3 even niet-conventionele steden. Jeruzalem, Iqaluit en Bonanza. “Zo’n plekken prikkelen je zintuigen en nieuwsgierigheid.”

 

Ben je tevreden met de reacties op jullie voorstellingen?

 

Bart Baele: Bonanza loopt heel goed. Daarop zijn de reacties echt positief. Dat komt ook omdat het een vorm is die je niet zo veel ziet. Documentairemateriaal in theater, dat is een vorm die de mensen niet kennen. 5 schermen, video: dat klinkt nogal experimenteel, terwijl het een documentaire is.  Veel mensen geloven dat trouwens eerst niet. Het wordt op een bepaalde moment zo ongeloofwaardig dat je denkt: “dit kan niet meer, dit is gewoon pure fictie”.

Caroline: Alleen is het wel realiteit: die mensen zijn echt, en dus dieptriest. Maar je moet er ook echt wel om lachen, want hoe gek het ook wordt, het blijft herkenbaar. Al die intriges, al die toestanden,…

Bart: Het wonderlijke is dat er geen enkel contact is tussen de inwoners. Het conflict zit hem alleen maar in de onderlinge lijnen en de onderlinge verhalen. Voor de rest zien ze elkaar niet. Het was wel een heftige draaiperiode. We logeerden ook bij die mensen. Dat was mentaal zwaar. Bij Iqaluit hadden we ons eigen huis, dus na de draaiperiode konden we ons nog afzonderen, maar bij Bonanza zaten we echt een maand tussen die mensen. Mensen met de meest afschuwelijke roddels en verhalen… Dat houdt daar nooit op. Het werd zelfs een beetje surreëel. Op een gegeven moment geloofden we het zelf niet meer. Tijdens de tweede draaiperiode werd het er zó gek dat ik dacht dat ze aan het acteren waren. Ik zou het wel geniaal gevonden hebben moest dat zo geweest zijn. Ik dacht even dat ze op de laatste draaidag plots zouden zeggen: “maar dat geloof je nu toch allemaal niet?” (lacht). Helaas: het was allemaal echt.

Hoe zijn jullie daar eigenlijk terecht gekomen?

Bart: Dat kwam voort uit Iqaluit. Iqaluit is 6 km² groot, en je kan er enkel met een vliegtuig komen. Het heeft een premier, een burgemeester, alle ministeries staan daar…

Caroline: Maar dat is dus een dorp, he!

Bart: Het is een afschuwelijk lelijk dorp op de Noordpool (lacht). Nadien hadden we dus twee keuzes: ofwel nog kleiner, ofwel terug groter. Via de technicus die Iqaluit gemonteerd heeft, hebben we van Bonanza gehoord. Die is daar ooit toevallig verzeild geraakt. We waren meteen geïnteresseerd. Bonanza is een stad, met een burgemeester, alles erop en eraan, maar met maar zes inwoners. Of zeven, dat hangt ervan af op welke manier je telt (lacht).

Caroline: Sommige inwoners hebben er trouwens geen stromend water, die werken met bidons die ze beneden gaan halen. De huizen zijn eigenlijk eerder uitgebouwde houten hutten. Maar de natuur is er wel heel mooi.

Bart: Bij Iqaluit was de natuur ook echt ongelooflijk mooi. Het dorp zelf is wel enorm lelijk.

Caroline: Vooral: er is daar ook écht niets. Geen café, geen restaurant: niets. De gebouwen zien er uit als containers, als bescherming tegen de koude. Alles is er verschrikkelijk duur.

Hoe maak je van zo’n plek een interessant portret?

Caroline: Zo’n plek prikkelt wel je nieuwsgierigheid. Je denkt: “mijn God, hier wonen en werken mensen!” Maar je kan niet zeggen dat het een leuke plek is, nee. Het is wel heel dankbaar om er een documentaire over te draaien.

Jullie eerste project was ‘Jeruzalem’. Waarom juist Jeruzalem?

Caroline: Jeruzalem is een stad die heel veel in het nieuws komt. Maar het is ook een stad uit mijn jeugd. De olijfberg, al die Bijbelse verhalen… We hebben alledrie een katholieke opvoeding genoten (gelach) en we hadden dus een kinderlijke nieuwsgierigheid naar die stad.

Bart: We hebben Jeruzalem ook gekozen omdat er veel samenkomt op een kleine oppervlakte: zowel religie als politiek. Kijk wat er nu in Gaza gebeurt:  het is dieptriest dat ‘Jeruzalem’ nu nog zo actueel is. We hebben dat gemaakt in 2003, en er is nog niets veranderd.

Jeruzalem, dan Iqaluit, dan nog kleiner met Bonanza… Het volgende project wordt Moskou.

Bart: Kleiner konden we niet meer. (lacht)

Caroline: Inderdaad. Na Bonanza hadden we ook echt zin om terug naar een grote stad te gaan. Dan denk je direct aan een stad als Moskou. Maar dat was zeker niet onze favoriete plaats. Ik was héél blij dat we daar weg konden.

Waarom?

Bart: Heel simpele dingen worden moeilijk gemaakt. Een shot draaien op het Rode Plein bijvoorbeeld: als toerist is dat geen enkel probleem. Maar zet daar een professionele camera met een geluidsman en een statief, en je vliegt binnen de minuut van het plein. Tenzij je aanvraag doet en 1000 dollar betaalt, natuurlijk.

Caroline: Je werd de hele tijd door de politie op de schouder getikt. Papieren tonen, mee naar het politiebureau gaan,… En dat allemaal voor de stomste dingen. Ik dacht soms: “maar wat is hier nu verkeerd aan? Ik film gewoon dit gebouw!” In het begin is dat nog wel eens leuk en spectaculair: meemoeten met de politie. Maar je kan gewoon niet werken zo.

Bart: Jerusalem was veel eenvoudiger.

Caroline: In Jeruzalem wilde iedereen praten. Iedereen wil daar zijn verhaal kwijt. Op een gegeven moment moesten we mensen weigeren, omdat we gewoon teveel materiaal hadden. Mensen komen naar je toe en willen echt hun verhaal vertellen. Dat is een totaal andere mentaliteit. In Moskou was dat volledig het tegenovergestelde. Het wordt enorm vermoeiend om zo te moeten werken.

Waarom gebruiken jullie steeds audiovisuele middelen om een project te maken?

Bart: Dat is toevallig door Jeruzalem gekomen. Oorspronkelijk was het de bedoeling om een live theatervoorstelling te combineren met een videodocumentaire. Later hebben we beslist om het livegedeelte eruit te halen. Toen bleef er een documentair portret op drie schermen over. In principe werken we niet noodzakelijk zo: niets verplicht ons om altijd met audiovisuele dingen te werken. Maar het is een verdomd handig medium als je een portret van een stad wil maken.

 

Dit interview werd oorspronkelijk afgenomen voor de Antwerpse Kleppers festivalkrant en blog.
 

© 2009 - 2010 cultusonline

Meer artikels:
Interviews
Albumreviews
Concertrecensies
Filmreviews
DVDreviews
Filmartikels
Muziekartikels
Flashback
Meer podium: